Ga terug
Partner

20 september 2022

Transport & Logistiek

HET KAN VRIEZEN, HET KAN KOELEN

WERKEN IN EEN CRUCIALE SECTOR

Davey Gerlings is CEO van brancheorganisatie Nekovri. Wanneer je met hem praat, merk je wat enthousiasme en bevlogenheid met een mens kan doen. Met plezier vertelt hij over zijn werk, over temperatuurgevoelige producten, over het belang van koel- en vrieshuizen. Over de strenge eisen op het gebied van hygiëne, voedselveiligheid en traceerbaarheid. Over leden die zich meer en meer ontwikkelen tot logistieke partners van producenten, importeurs, grooten detailhandels. Kortom een mooi gesprek met een deskundige belangenbehartiger.

In-, op- en uitslag
Het verdienmodel van de (hoeveel?) leden van de Nederlandse vereniging voor koel- en vrieshuizen is de inslag van producten, opslag ervan en uitslag zodra producten weer worden meegegeven aan de vervoerder. Deze producten, die niet in eigendom zijn van de koel- en vrieshuizen, bestaan uit vlees, vis en fruit. Maar het zijn ook producten waarvan je niet meteen verwacht dat ze gekoeld moeten worden opgeslagen zoals apparatuur voor ziekenhuizen, folie voor autoruiten, bloembollen en medicijnen. Bij het koelen spreken ze over een temperatuur tot min 2 graden, terwijl vriezen kan gaan tot een ijzingwekkende min 25 graden.

Het werk in de koel- en vrieshuizen is hoog specialistisch werk

Davey: “Wij ondersteunen onze leden op verschillende manieren. Ik zal het illustreren aan de hand van een voorbeeld. Een pallet tonijn met een waarde van één ton wordt opgeslagen in een koelhuis. Die waarde staat in geen verhouding tot wat onze leden krijgen voor de opslag ervan. Mocht deze tonijn na of tijdens opslag om de een of andere reden niet meer bruikbaar zijn, zouden ze wel een claim van één ton kunnen krijgen. Dat is niet redelijk dus wij hebben als brancheorganisatie algemene leveringsvoorwaarden ontwikkeld die alleen gebruikt mogen worden door onze leden. Deze voorwaarden houden we actueel en upto-date in samenwerking met een advocatenkantoor. Ook organiseren we ledenvergaderingen en hebben onze dienstverlening verder uitgebreid met een HR-desk, standaardbrieven, arbeidscontracten, functieprofielen en ARBO gerelateerde documenten. Daarnaast zijn we bezig met het oprichten van een eigen bedrijfsschool bestemd voor heftruckschauffeurs, magazijnmedewerkers, koel- en vriesspecialisten en managers.”

Achter de blauwe deur
Hoewel de sector niet vaak in het nieuws komt en zich over het algemeen vrij bescheiden opstelt, is het een cruciale branche die hoog specialistisch werk vereist. Davey: “Het koelen van fruit is precisiewerk en komt tot op de tiende graad nauwkeurig net als opslaan van geneesmiddelen en vlees waarbij je rekening moet houden met zaken als kruiscontaminatie of druipverlies. Koel- en vrieshuizen functioneren bovendien niet alleen als opslagplaats maar het zijn ook keurpunten waar alle geïmporteerde dierlijke producten worden gecontroleerd door de Voedsel- en Warenautoriteit. In die zin vervullen ze vooral in de havens van Rotterdam een belangrijke spilfunctie.”

De groene gedachte
Davey: “Ook de koel- en vriessector heeft te maken met de problemen die op dit moment in de wereld spelen. Denk aan leveringszekerheid en congestie van elektriciteit, prijsstijgingen van het gas en personeelstekort. Op dit moment zijn we nog de grootste speler in Europa maar we zullen flink moeten blijven werken om de concurrentie voor te blijven. Daar kunnen maatregelen van de overheid bij helpen maar de sector investeert ook graag zelf. Zo hebben we de afgelopen 15 jaar meegedaan aan een meerjarenafspraak met de overheid om elk jaar 2% energie te reduceren. In ruil daarvoor kregen we steun bij het opzetten van verschillende campagnes zoals de actie om de celdeuren te sluiten. Gedragsveranderingen die klein lijken maar in 15 jaar hebben geleid tot een reductie van 33% energiegebruik. Daarmee voldeden we ruim aan de inspanningsverplichting die we waren aangegaan.”

Gedragsveranderingen die klein lijken maar in 15 jaar hebben geleid tot een reductie van 33% energiegebruik

“Bij de sector leeft de groene gedachte zeker”, besluit Davey. “Naast gedragsverandering is er geïnvesteerd in verbeterde koelunits, duurzame compressoren en isolatie. Schadelijke F-gassen in koelsystemen komen vrijwel nergens meer voor. Er wordt nagedacht over eigen windmolens of werken met accu’s die door zonnepanelen worden opgeladen. Veel leden zijn nu ook bezig met het hergebruik van restwarmte. Koelen en vriezen is namelijk niet meer dan het verwijderen van warmte uit de ruimte. Deze warmte verdwijnt nu ongebruikt de lucht in maar je zou deze warmte met een warmtepomp via een warmtenet kunnen verbinden aan een woonwijk. Die gaan dan mooi van het gas af. Er zijn al voorbeelden van wijken en zwembaden die zo worden verwarmd. Geen toekomstmuziek dus maar de ijskoude realiteit.”