Ga terug

23 februari 2022

Zorgplicht bij pensioenadvies

De rechtbank Limburg heeft zich onlangs uitgelaten over twee vermeende beroepsfouten van een accountant. In dit geschil stond een mogelijke schending van de zorgplicht centraal, met betrekking tot de overgang van de BV én advies omtrent de pensioenvoorziening in eigen beheer.

Feiten en omstandigheden

Op advies van de accountant werden de activiteiten van de BV ondergebracht in een eenmanszaak. De BV zou enkel intact blijven voor pensioenbeheer en het eigendom van het pand. Per 1 januari 2016 werd de eenmanszaak ingeschreven in het handelsregister. Enkele maanden later werd de samenwerking met de betreffende accountant beëindigd.

De BV stelt dat de accountant op twee punten tekort is geschoten in haar zorgplicht. Enerzijds heeft de accountant de BV niet gewezen op het feit dat voor de overgang naar een eenmanszaak toestemming nodig is van haar franchisenemers (die niet allen instemmen).

Daarnaast verwijt de BV de accountant dat ze de pensioenopbouw vóór 2011 niet in de gaten heeft gehouden. Ook heeft ze niet periodiek beoordeeld op realiteitsgehalte en financiële gevolgen. Daarbij zou de BV niet tijdig zijn gewezen op de mogelijkheid van het premievrij maken van de pensioentoezegging, of andere aanpassing van de pensioenvoorziening. Hierdoor zou de verplichting onnodig zijn opgelopen. Een ‘full service’ samenstellend accountant diende hier volgens de BV wél over te adviseren.

Als gevolg van deze foutieve c.q. onvolledige adviezen, zou schade zijn geleden. Ter verweer werd gesteld dat géén opdracht zou zijn gegeven met betrekking tot de franchisecontracten en de pensioenvoorziening. Hierdoor zou geen sprake zijn van aansprakelijkheid of schade.  

 Beoordeling rechtbank Limburg

De mogelijke schending van de zorgplicht/zorgvuldigheidsnorm, werd beoordeeld aan de hand van wat van de accountant ‘als redelijk handelende en bekwame samenstellend accountant kon worden gevergd.’

De advisering over de overdracht van de BV, omvatte volgens de rechter ook de juridische advisering en afwikkeling van de juridische gevolgen. Het nalaten te informeren over de benodigde instemming van de franchisenemers, maakt dat sprake is van een toerekenbaar tekortschieten in de zorgverplichting. Echter, zou onvoldoende vaststaan dat sprake is van toe te rekenen schade. 

De rechtbank overweegt vervolgens dat de pensioenadviezen (in 2011 en 2015) niet onder de overeenkomst vallen, artikel 7:401 BW is derhalve niet van toepassing. De adviezen zijn volgens de Rechtbank aan te merken als ‘spontane’ advisering, waardoor een buitencontractuele zorgplicht diende te worden getoetst.

De rechtbank concludeerde dat onvoldoende vast was komen te staan dat al vóór 2011 diende te worden geadviseerd het pensioen premievrij te maken. Door een onvoldoende onderbouwing kon niet in rechte vast komen te staan dat de accountant enig verwijt treft.

Conclusie

Doordat het advies omtrent de pensioenvoorziening werd aangemerkt als ‘spontaan’, maakte dit volgens de rechter geen deel uit van de overeenkomst van opdracht. De buitencontractuele zorgvuldigheidsnorm achtte de rechter niet geschonden, daar niet vast was komen te staan dat enig verwijt kon worden gemaakt. Belangrijk is dan ook de onderlinge afspraken goed vast te leggen, zodat beide partijen weten wat ze van elkaar mogen verwachten, zeker in het geval van een overgang van onderneming of advisering omtrent de pensioenvoorziening. Hierin kan Gommer & Partners Pensioen Advocaten u uiteraard adviseren.