Ga terug

29 maart 2019

Training & Opleiding

Via co-creatie naar wetenschap met maatschappelijke impact

De wetenschap zal meer dan ooit moeten bewijzen dat ze waarde heeft voor de samenleving. Het gaat om kennis die er toe doet, om maatschappelijke impact. Maar hoe creëer je impact en innovatie in verbinding met de samenleving? Door co-creatie, door samenwerking tussen wetenschap en maatschappelijke partners. We moeten toe naar een vierdegeneratie-universiteit, een universiteit die naar buiten reikt en meer doet dan alleen (fundamentele) kennis vergaren. Dat betoogt Dike van de Mheen in haar inaugurale rede waarmee ze het ambt van hoogleraar Transformaties in de zorg aanvaardt aan Tilburg University op vrijdag 29 maart 2019.

De KNAW gaat bij wetenschappelijke impact uit van “de bijdrage op de korte en lange termijn aan veranderingen in of ontwikkeling van maatschappelijke sectoren en aan maatschappelijke uitdagingen.” Kort gezegd: benutting van wetenschappelijke resultaten buiten de wetenschap. Dat geldt dus ook voor fundamenteel onderzoek maar daarbij is de maatschappelijke impact niet eerste prioriteit.

Academische Werkplaats

Interacties tussen wetenschap en samenleving lopen bij Tranzo via de Academische Werkplaats: een duurzaam samenwerkingsverband tussen de universiteit en praktijkinstellingen om te komen tot wetenschappelijke kennisontwikkeling en innovatie van het zorgaanbod. Het gaat daarbij om co-creatie: een langdurig geformaliseerde samenwerking op basis van een gemeenschappelijk overeengekomen onderzoeksprogramma. Zogeheten ‘science practitioners’ spelen daarbij een centrale rol: onderzoekers die deels werken in het veld en deels onderzoek doen binnen de universiteit. Zij zijn de ‘levende bruggen’ tussen wetenschap en praktijk.

Evidence based werken

Kenmerkend bij co-creatie is ook evidence based werken. Drie kennisbronnen zijn daarbij essentieel: wetenschappelijke kennis, de expertise van de professional en de kennis en expertise van de burger/cliënt. Van belang is de interactie tussen deze drie groepen

Tranzo heeft nu twaalf Academische Werkplaatsen opgezet waarmee bijna de hele zorg- en welzijnssector wordt bestreken. Er wordt structureel samengewerkt met meer dan 70 partners, zoals ziekenhuizen, GGZ, GGD, jeugd-, verslavings-, gehandicapten- en arbeidszorg, sociaal werk, verzorgingshuizen, zorgverzekeraars, gemeenten, provincie en diverse opleidingsinstellingen.

Meten is (niet alleen) weten

Het in kaart brengen van maatschappelijke impact loopt niet alleen via kwantitatieve evaluatie (publicatie-output en resultaten-outcome), maar ook langs kwalitatieve weg. De KNAW zegt ook ‘meten is niet weten’ en beveelt aan om naast het kwantitatieve ‘meten is weten’ ook beschrijvingen (‘narratives’) te gebruiken om maatschappelijke impact in beeld te brengen.

Daarbij, kennis krijgt pas maatschappelijke waarde als ze gedeeld wordt met de samenleving en toegepast wordt in concrete oplossingen of producten: kennis, co-creatie en valorisatie zijn hierbij kernbegrippen. Het gaat niet alleen om economische benutting van kennis maar ook om het benutten van kennis voor oplossing van maatschappelijke problemen of bijdrage aan maatschappelijke discussies. Co-creatie betekent dat reeds bij aanvang van het onderzoek wetenschappers samen met maatschappelijke partijen vragen uit de praktijk (eindgebruikers, burgers, cliënten, stakeholders) meenemen. Dat is ook de kernfilosofie van Tranzo.

Vierdegeneratie-universiteit

Van de Mheen stelt dat we toe moeten naar een vierdegeneratie-universiteit, een universiteit die naar buiten reikt en meer doet dan alleen kennis beschikbaar maken voor de praktijk. Een netwerkuniversiteit waarin, naast fundamenteel onderzoek, innovatie plaatsvindt door samenwerking van onderzoekers, praktijkprofessionals en gebruikers.

Van de Mheen: “Tranzo kan gezien worden als een best practice, die bijdraagt aan de ontwikkeling van Tilburg University als een vierdegeneratie-universiteit. Tranzo is een netwerkorganisatie die succesvol ‘naar buiten reikt’. De Academische Werkplaatsen worden zeer positief gewaardeerd en worden gezien als innovatieve ruimten waar wetenschap en samenleving co-creëren. We werken samen met professionals en cliënten van gezondheids- en welzijnsorganisaties in multidisciplinaire teams.”

Dike van de Mheen (1963) studeerde Gezondheidswetenschappen in Maastricht, waarna ze een jaar junior beleidsmedewerker was bij de _GGD Rotterdam-Rijnmond. Van 1988 tot 1998 werkte ze als onderzoeker bij het dept. Public Health van het Erasmus MC. In 1998 promoveerde ze op het proefschrift ‘Inequalities in health, to be continued? A life-course perspective on socio-economic inequalities in health’. Daarna ging ze als senior beleidsmedewerker aan de slag bij GGD Rotterdam-Rijnmond. In 1998 benoemt het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen &Verslaving (IVO) haar als directeur Onderzoek & Onderwijs. Tien jaar later werd ze aangesteld aan de EUR als hoogleraar Verslavingsonderzoek en in 2012 tevens als hoogleraar Zorg en Preventie van Risicogedrag en Verslaving aan Maastricht University. In december 2016 werd Dike in Tilburg benoemd tot hoogleraar Transformaties in de Zorg bij Tranzo, waar ze in 2018 professor Henk Garretsen opvolgde als voorzitter van Tranzo._Dike heeft een uitgebreid nationaal en internationaal netwerk. Zij is (co-) auteur van circa 150 internationale en 150 nationale publicaties. Ze heeft zitting in diverse commissies en bestuurs- en adviesorganen op haar vakgebied.

Gerelateerd