31 maart 2020

CoronaInnovatie & Duurzaamheid

Wat het onderwijs juist nú kan leren: 3 veranderlessen digitalisering voor effectief afstandsonderwijs

Dit artikel is mede tot stand gekomen door de Coronakrant Door: Kim Castenmiller Status is reachable Sinds een half jaar werk ik aan een nieuw boek over onderwijs en onderwijsvernieuwing. Geregeld heb ik al de vraag gekregen waarom ik dat boek schrijf, zeker omdat ik als ‘buitenstaander’ de onderwijssector in kom. Ik herinner mij mijn eigen schooltijd maar al te goed en ook vooral wat zoveel beter zou kunnen, als ik daar nu vanuit een volwassen perspectief op terugkijk. Vanaf het moment dat mijn eigen kinderen naar school gingen, zag ik vergelijkbare worstelingen ontstaan zoals ik ze had gehad. Was er dan in die dertig jaar niks veranderd? In het onderwijs ontbrak de sense of urgency. Tot corona. Terugkijkend op twintig jaar veranderingen begeleiden, viel me ook op dat waar in vele sectoren vernieuwing een push kreeg door de komst van internet en de daarmee gepaard gaande digitalisering, in het onderwijs een dergelijke sense of urgency om te veranderen ontbrak. Tot de komst van corona. Mijn drijfveer was een boek schrijven om een reflectie te geven op waar we staan met het onderwijs in Nederland, welke pijnpunten ons huidige systeem kent en een perspectief te bieden inclusief de handvatten om verandering ter hand te nemen. Mijn levensmotto is immers niet voor niks ‘inzicht zonder handeling brengt geen verandering.’ Ik besloot voor mijn boek vele mensen uit het onderwijsveld en de randen ervan te gaan interviewen. Dat worden bijna honderd mensen. Mijn oorspronkelijke beeld van een stilstaande onderwijssector, heb ik inmiddels wel bijgesteld. Er is volop verandering gaande. Maar het ging traag en bleef beperkt tot kleinschalige initiatieven. Tot de komst van corona. Als je onderwijs zegt, zeg je scholen. Dat was tot voor kort zo. Als je onderwijs zegt, zeg je scholen. Dat was tot voor kort zo. Nu de scholen dicht zijn gegaan, moest het onderwijs zichzelf heel snel opnieuw uitvinden. De afgelopen twee weken heb ik vanuit mijn huiskamer kunnen aanschouwen hoe het afstandsonderwijs in rap tempo werd opgetuigd. Voor de wetenschappers onder ons, N=2. Tel daarbij nog wel op de verhalen die ik terug hoor in mijn omgeving. Het dwingt respect af hoe snel daarmee digitalisering van het onderwijs wordt ingezet. Dat gaat met vallen en opstaan. Op de ene school verloopt de overgang gestroomlijnd en gecoördineerd, op de andere school is de chaos die er vóór corona onder water al was nu heel zichtbaar geworden. Zoiets geldt ook voor de onderwijzers zelf. De docent die zijn klas al wist te boeien in het fysieke klaslokaal, lukt dat nu ook online. De docent die daar moeite mee had, heeft dat nu des te meer. Online betekent ultieme zichtbaarheid. Alle worstelingen en thema’s worden uitvergroot. Coaching, begeleiding en sturing vanuit de leiding is essentiëler dan ooit. Voor het voltooien en publiceren van mijn boek, neem ik meer tijd. Was dat aanvankelijk gepland voor de zomer, wordt dat nu eind van dit jaar. Om twee redenen. Enerzijds omdat het schrijven minder vlot gaat aangezien er een groter beroep op me wordt gedaan als moeder en het afnemen van interviews meer verspreid in de tijd verloopt omdat ook menig onderwijshoofd aardig vol zit. Anderzijds, en inhoudelijk belangrijker nog, is dat ik de impact van corona op het onderwijs mee neem in het boek. Heel veel sectoren zijn het onderwijs voorgegaan als het gaat om digitalisering. In mijn werk heb ik de afgelopen twintig jaar vele digitaliseringsslagen kunnen volgen en heb ik vanuit die praktijk vele veranderlessen kunnen destilleren waar het onderwijs nu iets aan zou kunnen hebben. Immers, heel veel sectoren zijn het onderwijs voorgegaan als het gaat om digitalisering. Het onderwijs is in feite een combinatie van dienstverlening (er wordt een dienst geleverd van onderwijsinstelling aan een afnemer, de leerling of student) en digitaal (samen)werken. Er valt dus te leren van bedrijven en organisaties die het onderwijs voorgingen in het digitaliseren van hun dienstverlening als ook van de intrede van Het Nieuwe Werken, waarbij het bedrijfsleven inmiddels al zo’n vijftien jaar ervaring heeft met werken en samenwerken op afstand via digitale middelen. Vooruitlopend op de publicatie van mijn nieuwe boek, deel ik alvast graag drie veranderlessen vanuit de ervaring van de verandering van dienstverlening van offline naar online en de introductie van Het Nieuwe Werken. Les 1. Digitaliseren van diensten vraagt om een redesign Digitalisering reikt verder dan een klassikale les omzetten in een online les. Een offline en online omgeving verschillen wezenlijk van elkaar. Wat offline werkt, werkt online niet per definitie. Afhankelijk van de sector en specifieke dienstverlening kan de overgang van offline naar online er weer anders uitzien. Eén van de grootste valkuilen is offline diensten eenvoudigweg kopiëren naar online. Het kanaal (zoals dat in het bedrijfsleven wordt genoemd) waarmee de dienst wordt geleverd, is wezenlijk anders. Van een fysiek klaslokaal naar een online omgeving. Ga dus niet ‘zomaar’ je offline les naar een online les ‘kopiëren’ maar maak eerst een redesign zodat het past bij het nieuwe kanaal. Redesign vraagt om teruggaan naar de essentie en de bedoeling, en vervolgens opnieuw vormgeven in de nieuwe online context. betekent terug naar de essentie en bedoeling, en vervolgens opnieuw vormgeven. Frank van den Ende, voormalig docent en één van de oprichters van de Educational Design Expedition, werkt met de design thinking methode waarbij de klantbehoefte (de leerling of student) centraal staat in het ontwerpen van onderwijs. In een aantal stappen kom je tot een nieuw design. Hoe deze methode werkt, is online te vinden. Google is your best friend. Online zijn er technisch tal van mogelijkheden, waarbij soms de doelmatigheid ook zoek kan raken. Omdat iets technisch kán, wil dat niet zeggen dat je het ook moet doen. Mijn dochter had bijvoorbeeld last van een overijverige docent die een filmpje opnam en een uur deed over een instructie die in tien minuten had gekund en waarbij de steeds wisselende cameraperspectieven afleidend waren. Vorm stond boven inhoud. Hilarisch was het zeker wel en vermaak is ook iets waard, maar heel doelmatig was dat dus niet. Jan van de Ven, freelance leerkracht en één van de oprichters van het lerarencollectief voor het po, deelde in het kader van effectief afstandsonderwijs al dit artikel. Les 2. Adopteren kost tijd Ik denk inmiddels menig docent al aan den lijve heeft ervaren wat het verschil is tussen offline en online onderwijs bieden. Baldadige pubers met meer digital skills dan de docent verstoren lessen nu op een manier waarop de docent geen grip heeft. Eruit sturen en een briefje halen bij de conciërge zit er niet meer in. Geen fysiek contact zorgt ook voor minder zicht op al die kinderen in de klas. De ‘normale’ spelregels voor interactie, zoals je vinger opsteken wanneer je een vraag hebt, moeten ook herzien worden. De overgang van offline naar online kost tijd, omdat er aan twee zijden (aanbieder en afnemer) sprake is van de adoptiecurve. Dat geldt dus zowel voor docenten en leerkrachten, als óók de leerlingen en studenten. De één heeft meer schakeltijd nodig om oude gewoonten te doorbreken en zich nieuwe eigen te maken, dan de ander. Ieder heeft ook zijn eigen leerlessen. Aandacht op meta-niveau (zoals het besef wat we aan het doen zijn) als ook aandacht op individueel niveau (wat heb jij nodig?) voor deze omschakeling kan enorm helpen. Tijdens de introductie van Het Nieuwe Werken, hebben we kunnen zien dat te rigide voorschriften onnodige stress veroorzaken. In het soepel én sneller laten verlopen van de adoptiecurve, helpt begeleiden én betrekken. Vraag leerlingen en studenten wat ze nodig hebben, waar ze mee worstelen en wat ze zou kunnen hebben. Besef dat in de eerste online lessen misschien wel meer tijd gaat zitten in het gezamenlijk ontwikkelen van spelregels voor online deelname (zoals niet door elkaar praten, camera’s aan en uitzetten, etc.) dan de les zelf. Neem en geef die tijd. En dit geldt net zo goed voor leerkrachten en docenten. Naast de omschakeling van offline naar online onderwijs, zitten we allemaal in de situatie dat onze sociale context en ook ons dagelijkse ritme en leefomgeving ingrijpend is veranderd. Dus we hebben op veel meer borden te schaken dan voorheen als het gaat om veranderen en verandering incasseren, wat tal van effecten heeft. Normaliter is het wijs om het aantal veranderingen te doseren, zodat deze goed kunnen worden doorgemaakt, maar van doseren is weinig sprake meer. Iets om rekening mee te houden. Ook als je student een opdracht later inlevert dan de bedoeling was. Belangrijker dan ooit is om goed in verbinding met elkaar te zijn en blijven. Ook dat weten we vanuit de reeds opgedane ervaring met digitalisering: hoe meer er gedigitaliseerd wordt, hoe groter de behoefte is aan menselijke connectie. Les 3. Samenwerken als aanbieders en afstemmen op je afnemer wordt online des te belangrijker Structuren die offline gelden, vallen online soms weg. Neem de schappen in de winkel en de structuur in de winkellogistiek. Bij de opkomst van de eerste webwinkels moest een nieuwe structuur worden gevonden. Online navigeren is ook iets anders dan door een fysieke winkel wandelen. Van offline naar online gaan, vraagt om de klantbeleving nog meer centraal te stellen. Immers, in de winkel kan je het winkelpersoneel om hulp vragen, online is dat minder en ga je meer uit van de klant die zelfstandig zijn of haar weg vindt. Daarbij, als iedere afdeling in een winkel zijn aanbod maar over de online schutting gooit, ontstaat er chaos. Door de bomen zie je de weg niet meer. Structuur en doseren zijn key. Als je dit doortrekt naar het onderwijs dat nu versneld de shift maakt van offline naar online, vraagt dat echt des te meer afstemming tussen alle onderwijsaanbieders. Juist omdat online gebrek aan integraliteit en afstemming des te zichtbaarder maakt. Het lijkt een wat simplistische vergelijking, maar daar docenten en leerkrachten veel meer vragen op zich afkomen, kunnen leerlingen en studenten overvallen worden met de grote hoeveelheden werk. Als puber per lesuur wat huiswerk van je docent op krijgen dat je in je agenda opschrijft, geeft een andere beleving dan Magister openen en tot je schrik zien dat alle docenten in één klap huiswerk hebben opgegeven, sommigen tot wel tot aan drie weken toe. Had je al moeite met overzicht houden en structuur aanbrengen, ben je nu helemaal de klos. De fysieke huiswerkbegeleiding die uitkomst bood, was immers ook weggevallen. En daar waar je eerst in een situatie zat waarin je je verveelde op school en uren netflixend doorbracht, ben je ineens terecht gekomen in een situatie waarin je totaal overspoeld wordt door grote opdrachten. Ook hier weer, N=2, maar als ik om me heen kijk en luister, lijkt het wel meer dan N=2 te zijn. Bij het digitaliseren van dienstverlening in bedrijfsleven, is in vergelijkbare valkuilen getrapt van niet goed afgestemd aanbod. Is dat dan erg? Nee, zeker niet. Zoals ik al schreef, online maakt veel zaken zichtbaar. Gelukkig zijn er altijd kinderen en jongeren die tegengas geven en docenten en leerkrachten van feedback voorzien. Is het niet direct, dan is het wel indirect met hun gedrag. Ook hier is te leren van het bedrijfsleven. Luister naar je klant, de afnemer van het onderwijs: de leerling of student. Wanneer bedrijven hun dienstverlening online gaan brengen, wordt gedrag van websitebezoekers minutieus gevolgd. Ook wordt de ene klant survey na de andere ingezet. Dit geeft een rijkdom aan informatie en ook de gelegenheid om continu aan te passen. In het bedrijfsleven is er de dreiging van teruglopende omzetten als er niet naar de klant wordt geluisterd. Dat is in het onderwijs anders, maar gelukkig zijn velen intrinsiek gedreven door het willen bieden van effectief onderwijs. En wat dat dan is in afstandsonderwijs? De leerling en student bieden een spiegel. Feedback is waardevoller dan ooit.

In soms een paar dagen tijd hebben we geweldige dingen zien ontstaan. Het onderwijs blijkt over volop verandervermogen te beschikken.

Ik heb veel bewondering voor de wijze waarop de onderwijssector reeds de uitdaging van versnelde digitalisering heeft opgepakt. In andere sectoren is vaak veel meer tijd geweest of genomen, voor de overgang van offline naar online. Binnen het onderwijs heb ik geweldige dingen zien gebeuren, in soms een paar dagen tijd. De wendbaarheid en het verandervermogen blijkt volop aanwezig te zijn. Dat dwingt respect af. Gelukkig zie ik ook met hoeveel flair en humor een aantal docenten om gaan met deze nieuwe situatie. En hoe onderwijsprofessionals zowel vanuit primaire proces als ook tal van experts en adviseurs onderling elkaar helpen bij het maken van de shift, is goed om te zien. Nu, na bijna twee weken van afstandsonderwijs, komt er wellicht wat ruimte in de hoofden om de leercurve verder op te pakken. Tot slot hoop ik dat de nu aangeboren wendbaarheid en verandervermogen in het post-corona-tijdperk wordt ingezet voor het verder door ontwikkelen van ons onderwijs. Waarbij fysiek onderwijs uiteraard wél weer een plek krijgt. Dit artikel is geschreven door Kim Castenmiller, directeur/eigenaar van Flow Creations en is met toestemming geplaatst.

Gerelateerd