Ga terug

21 april 2020

CoronaFinancieel & Juridisch

De 5 belangrijkste problemen met de coronaregelingen op een rij – door SalarisNet

Dit artikel is mede tot stand gekomen door de Coronakrant
Door: Redactie Coronakrant

Deze week werd er in de Tweede Kamer gedebatteerd over de NOW-regeling. Uit dat debat komen 6 belangrijke problemen met de regeling naar voren. SalarisNet zet de op een rij, plus mogelijke oplossingen.

De 5 belangrijkste problemen met de coronaregelingen op een rij

Het kabinet heeft vorige maand een aantal maatregelen getroffen om werknemers en werkgevers tijdens de coronacrisis te helpen. Voor de loonkosten is er de NOW-regeling, voor anderen is er de TOZO en de TOGS. De regelingen zijn in record tempo opgetuigd, dus het is logisch dat deze gaande weg aanpassing nodig zullen hebben. Minister Koolmees gaf eerder al aan aan dat de regelingen ‘niet perfect sluitend’ zijn. Maatwerk is onmogelijk en het is onvermijdelijk dat er ondanks alle steun toch bedrijven failliet gaan en werknemers werkeloos raken. In het kamerdebat bespraken minister Koolmees en staatssecretaris Van Ark van Sociale Zaken mogelijke aanpassingen.

Probleem 1: weinig loonkosten, veel andere lasten

Als ondernemingen flinke loonkosten hebben, biedt de NOW-regeling een belangrijke kostenbesparing nu er minder werk is, maar de loonkosten doorlopen. Maar er zijn ook veel ondernemingen waar de loonkosten een relatief klein aandeel in de kosten vormen. Zij komen mogelijk wel in aanmerking voor de NOW, maar zouden er meer aan hebben als de andere kosten ook zouden worden gecompenseerd. Met name kleinere organisaties en kapitaalintensieve bedrijven staan hier om te springen. FvD, met de goedkeuring van VNO-NCW en Ondernemend Nederland diende daarom een motie in voor een trapsgewijze omzetvergoeding. Toch voelde de rest van de kamer hier niets voor, want de motie is verworpen.

Probleem 2: seizoenspieken vallen niet onder de NOW

Bedrijven die seizoenspieken hebben, in omzet of in loonkosten, vallen nu vaak niet onder de NOW-regeling. Bloementelers en strandtenthouders hebben in het eerste kwartaal vaak veel minder omzet (en dus verlies in maart) en hebben pas in het tweede en derde kwartaal de hogere loonkosten en het verlies. De VVD vroeg daarom om een speciale regeling voor bedrijven die seizoenspieken hebben. Maar met welke criteria moet die regeling dan werken? Mogelijk kan hiervoor naar de omzet of loonkosten van het tweede en derde kwartaal van 2019 worden gekeken. Gisteren werd de motie van de VVD aangenomen, dus minister Koolmees zal hier een list op moeten verzinnen.

Probleem 3: representatieve periode

Het omzetverlies dat wordt geleden sinds 1 maart, vergeleken met de omzet uit de periode vlak daarvoor, is niet altijd representatief voor het verlies dat daadwerkelijk zal worden geleden. Daarom werd in een aparte motie gevraagd om de mogelijkheid een andere representatieve periode voor de omzet te nemen. Als voorbeeld zouden ondernemingen dezelfde periode uit 2019 moeten kunnen nemen. Er is nog geen definitief besluit over deze motie genomen, maar omdat de motie over probleem 2 werd aangenomen, maakt deze motie goede kans.

Probleem 4: verlies op concernniveau klein, onderdelen lijden

Sommige concerns vallen op dit moment buiten de NOW-regeling, terwijl onderdelen van het concern een enorm omzetverlies zien. Ook de Stichting van de Arbeid vindt dit een belangrijk probleem aan de NOW-regeling. De bedrijfsonderdelen kunnen daardoor eigenlijk niet anders dan de werknemers binnen dat onderdeel ontslaan. Als het binnen de NOW-regeling mogelijk zou zijn om niet op concernniveau maar op het niveau van de individuele werkmaatschappijen in aanmerking te komen voor de NOW, zou meer werkgelegenheid behouden blijven. Maar daar zijn wel risico’s aan verbonden. Een slim concern kan dan namelijk strategisch gedrag gaan vertonen, om aan geld te komen waar ze eigenlijk geen recht op hebben. Gisteren werd de motie die hier om vraagt aangenomen, dus ook hier zal Koolmees iets op moeten verzinnen.

Probleem 5: geen ww, geen bijstand voor flexwerkers

Veel flexwerkers, zoals uitzendkrachten en oproepkrachten werken nog niet lang genoeg om aanspraak te kunnen maken op een ww-uitkering. Maar zij hebben ook geen recht op een bijstandsuitkering, bijvoorbeeld omdat hun partner teveel verdient. Deze zwakkere groep werknemers moet op dit moment de hardste klappen van de coronacrisis opvangen. Het merendeel van de Tweede Kamer vindt dit ook onrechtvaardig. Er moet daarom een speciale regeling komen die moet voorzien in een inkomen voor flexwerkers. Volgens Koolmees is de belangrijkste hindernis de uitvoerbaarheid en rechtvaardigheid achter de regeling. Hoewel er moties voor werden ingediend komt er geen tijdelijk vangnet voor mensen die kunnen aantonen dat zij door de coronacrisis hun baan zijn kwijtgeraakt en zullen de kosten voor de speciale regeling vooralsnog niet worden verhaald op de bedrijven die ‘flexkrachten lozen’. Ook wordt de duur van ziektewet-, ww-, en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen niet verlengd.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op SalarisNet en is met toestemming herplaatst.

Gerelateerd