Ga terug

10 november 2021

NieuwsLifestyle

Nieuwe naam, nieuw concept

Op 16 april 2022 opent in de westvleugel van het rijksmonumentale Krophollercomplex in Waalwijk, hartje Langstraat, het Schoenenkwartier voor het publiek. Hier, op een vloeroppervlak van meer dan 3000 m2, gaat een nieuw museaal concept onder een nieuwe naam de geschiedenis van schoenen en leer belichten en de toekomst glans geven.

Het Schoenenkwartier rust op drie pijlers: de Maaklabs, het Kenniscentrum en het Museum. Het wil dan ook meer zijn dan alleen een museum, veel meer dan alleen conservator van het rijke verleden van de leer- en schoenenindustrie. Als podium, werkplaats, studiecentrum en laboratorium heeft het Schoenenkwartier een uniek profiel dat behalve om kijken en leren, ook om meedoen en bewustwording vraagt. Door dit profiel is het Schoenenkwartier heel aantrekkelijk voor jonge generaties, of beter gezegd, óók voor jonge generaties.

Een nieuw concept, een nieuwe naam

De voorganger van het Schoenenkwartier, het Nederlands Leder en Schoenenmuseum in Waalwijk, werd opgericht in 1954 en sloot in 2017 zijn deuren voor het publiek. Het werk ging door. Museale activiteiten als conserveren, digitaliseren, onderzoek, kennisbevordering en bruikleenverkeer bestendigden het fundament voor het veelomvattende initiatief dat straks in 2022 van start gaat, onder een nieuwe naam: Schoenenkwartier.

Het woord 'kwartier' in deze naam verwijst naar het nieuwe onderkomen, de westvleugel van het Krophollercomplex met zijn veelheid aan functies, zijn diversiteit aan bouwperiodes en zijn recente renovatie door CIVIC Public Architecture. Maar ook verwijst het naar het verleden van Waalwijk als (inter)nationaal hoofdkwartier van schoenen en leer, èn naar de traditie van de stad waar gebouwen en instanties worden vernoemd naar elementen uit de schoenhistorie.

Maken, leren, ontmoeten en verwonderen

De kracht van het Schoenenkwartier berust op drie pijlers: Schoenenlabs, Schoenenkennis en Schoenenmuseum. Het is een kracht die berust op maken, leren, ontmoeten en verwonderen. In het vrij toegankelijke entreegedeelte op de begane grond vind je de museumwinkel, het café en de Maaklabs. Professionele ontwerpers, schoenmakers, leerbewerkers, kunstenaars en vakstudenten houden zich in het onder- en bovenwerklab met hun ontwerpen bezig. In diverse workshops kunnen de bezoekers ook zelf aan de slag met ontwerpen, maken en experimenteren. In de museumwinkel vind je een breed assortiment voor jong en oud, variërend van boeken en souvenirs op gebied van leer en schoenen tot gereedschap, Dutch design en een eigen label. In het museale deel van de begane grond waant de bezoeker zich in een fabriek. Er staan machines en er wordt gewerkt. Het hele productieproces van de schoen is zicht- en hoorbaar, vanaf de eerste leerbewerking tot en met de schoenendoos.

Op de eerste verdieping huist het erfgoed van de Langstraat, centrum van de Nederlandse leer- en schoenenindustrie sinds ongeveer 1750. Stijlkamers bieden naast een blik op het verleden ook een kijkje in de actualiteit. Zij tonen de sociale geschiedenis, vertellen de bijbehorende volksverhalen en signaleren ontwikkelingen in leer- en schoenontwerpen. Ook voor het Kenniscentrum is op deze verdieping een vleugel gereserveerd. Behalve een auditorium omvat dit centrum een bibliotheek, een archiefruimte, een database, materialenkasten en ruimten voor educatieve doeleinden.

Op de tweede verdieping ligt het accent op 'identiteit'. De schoen, op het oog iets vanzelfsprekends, kent een oneindige veelheid aan cultureel bepaalde variaties. Vaak strijden esthetiek en draagbaarheid om de voorrang, of zegt de aard van de schoen iets over de drager. Plaats en tijd, beroep, religie, rituelen, orthopedie en prestatieverbetering - heel de (schoenen)wereld komt hier langs: van stilettohak tot plateauzool, van Nike Air Max tot Balenciaga sneaker. Op deze tweede verdieping vindt ook twee keer per jaar een wisselexpositie plaats met onderliggende thema's als mode, design, duurzaamheid, ambacht en innovatie. Aan deze exposities worden altijd evenementen, workshops en andere activiteiten in de maaklabs, het atrium en het auditorium gekoppeld.

Nationale en internationale allure

De museale collectie van het Schoenenkwartier bestaat uit Nederlandse topstukken, aangevuld met bijzondere ontwerpen en voorwerpen uit andere delen van de wereld. Vanzelfsprekend zijn er objecten te zien van grootheden als Jan Jansen, Charles Bergmans, Lola Pagola, René van den Berg, Liesel Swart en Peter Popps. Zij bezorgden de Nederlandse schoenproductie een naam van wereldklasse; ook sterren als Lady Gaga en Beyoncé kloppen voor hun schoeisel bij Nederlandse ontwerpers aan. Tegelijkertijd onderscheidt het Schoenenkwartier zich op het gebied van kennis en onderzoek. Samenwerkingsverbanden met nationale en internationale instituten hebben betrekking op experimenten met leer en alternatieven voor leer, en op nieuwe ideeën voor duurzaamheid. Zoals de nieuwe directeur van het Schoenenkwartier, Anouk van Heesch, het formuleert: 'Als verbindende schakel tussen ambacht en innovatie, tussen industrie en onderwijs en tussen erfgoed en hedendaags design beoogt het Schoenenkwartier een instituut te zijn van nationale en internationale waarde en allure.'